let op!

Draai uw telefoon terug naar staande modus en bekijk de content

Najaars- verwerpen voorkomen

Najaarsverwerpen is, zoals de naam al duidelijk maakt, een seizoensgebonden probleem. Ondanks dat het momenteel zomer is en de vruchtbaarheidsproblemen in het najaar voorkomen is het belangrijk om nu al actie te ondernemen. Najaarsverwerpen is iets dat op veel zeugenbedrijven wordt gezien. Het wordt gekenmerkt door het afzetten van vruchtjes door volkomen gezonde zeugen, die in het begin van hun dracht zitten (25 – 30 dagen na inseminatie). Wanneer die zeugen 4-5 weken later weer berig worden is de daaropvolgende dracht vaak probleemloos. Lees hier over het ontstaan van najaarsverwerpen en de maatregelen die u kunt nemen om het verwerpen te verkleinen.

Najaarsverwerpen ontstaat door de natuurlijke jaarcyclus van een zeug. Het uit zich door een verhoogd aantal terugkomers in de maanden september en oktober. Een zeug wil van nature niet in de winter werpen. De reden hiervoor is dat de overlevingskans voor zowel de zeug als de biggen in het wild in de winter lager is. Omdat een zeug bijna vier maanden drachtig is, resulteert dit in het feit dat de zeug niet bevrucht wil worden gedurende het einde van de zomer en begin van de herfst. Als er toch een bevruchting plaats vindt, is de kans op een miskraam ofwel het verwerpen van de vrucht groter. Ondanks jaren van genetische vooruitgang en domesticatie van het varken zijn de dieren nog altijd beïnvloedbaar door de seizoenen. Om deze invloed zo klein mogelijk te maken is het zaak om op tijd actie te ondernemen.

Het succes van de vruchtbaarheid van varkens is afhankelijk van veel factoren. Vooral het samenspel van hormonen, die worden geproduceerd in hersenen, eierstokken en vruchtjes in de baarmoeder, is complex en erg gevoelig. Belangrijke factoren die invloed hebben op dat samenspel zijn gezondheid, stress, conditieverlies in de zoogperiode, voerniveau na spenen en in de vroege dracht, drinkwatervoorziening, stalklimaat en lengte van het daglicht (seizoen). Ook het huisvestingssysteem, het voersysteem en de soort zeug zijn belangrijke factoren. Overige managementfactoren zijn het dekmanagement (berigheidscontrole, dektijdstip en spermakwaliteit) en het moment en de manier van verplaatsen van zeugen van dekstal naar wachtstal.

Een aantal maatregelen die u als ondernemer kan nemen om het seizoensgebonden verwerpen te verkleinen:

Licht in de stal:
Zeugen merken aan het korter worden van de dagen dat het najaar wordt en worden hierdoor minder vruchtbaar. Om dit te voorkomen is het belangrijk om een goed dag/nacht ritme in de stal aan te houden. Dit houdt in dat de lichten 16 uur per dag aan en 8 uur per dag uit staan. Zo merkt de zeug niet dat de dagen korter worden. Dat een strak lichtregime belangrijk is in de dekstal is voor de meeste ondernemers bekend, echter dat dit voor de kraamstal en de drachtstal ook belangrijk is, wordt vaak vergeten. In de kraamstal maken de dieren zich al klaar voor de volgende worp. Het korter worden van de dagen zal dit proces verstoren, hetgeen resulteert in een verminderde vruchtbaarheid. Dit uit zich door een verminderde berigheid in de dekstal en verminderde kwaliteit van de eicellen. Houd dus een strak lichtregime aan voor heel uw bedrijf.

Hittestress:
Naast het korter worden van de dagen heeft ook hittestress invloed op de vruchtbaarheid van de zeug. De verminderde voeropname en daarmee toename in conditieverlies zijn slecht voor de kwaliteit van de volgende worp. Hieronder worden een aantal tips gegeven om hittestress te voorkomen:

  • Controleer of er voldoende water beschikbaar is voor alle dieren. Richtlijnen voor nippelopbrengst zijn voor lacterende zeugen 2-4 L/min, voor biggen 0.5-1 L/min en voor vleesvarkens 0.7-1 L per min.
  • Pas de voergift aan. Bij hoge temperaturen zullen varkens minder eten en meer willen drinken. Probeer hierbij het voeren tijdens de warmste uren van de dag te vermijden.
  • Eventueel drie maal per dag voeren in de kraamstal.
  • Speen eventueel gelten en zeugen met teveel conditieverlies eerder.
  • Controleer uw klimaatinstellingen.
  • Controleer luchtinlaten, ventilators, filters, openingen voor afzuiging en ventilatieplafonds. Reinig deze voor een optimale werking. Houd daarnaast de luchtinlaat beschut van de zon.
  • Probeer de temperatuur in de stal niet te hoog te laten worden. Indien mogelijk koeling toepassen op de inkomende ventilatielucht. Controleer uw koelingssysteem regelmatig.
  • Zorg dat er veel frisse lucht bij de kop van de zeug komt. Bij plafondventilatie kan dat door bijvoorbeeld een buis in het plafond te maken boven de kop van de zeug.
  • Controleer uw alarmsysteem en noodaggregaat.
  • Neem extra hygiënemaatregelen.

Overige risicofactoren:
De voornoemde zaken zijn de belangrijkste oorzaken van najaarsverwerpen, maar een aantal omstandigheden op stal of in het bedrijf verhogen de kans op het probleem. Dat zijn de zogenaamde risicofactoren. Deze hebben vooral te maken met voer en stress.
Het is belangrijk om in de kraamstal het conditieverlies te beperken tot 4 mm spek of tot 10 procent van het lichaamsgewicht.
Verder leidt een laag voerniveau in het begin van de dracht tot lagere drachthormoonconcentraties en daardoor tot een verhoogde gevoeligheid voor opbreken. Als zeugen in het begin van de dracht niet individueel gevoerd kunnen worden, ontstaan er soms grote verschillen in voeropname wat eveneens ongunstig is. Na het dekken is een voerniveau gewenst van ongeveer 1,5 keer het onderhoudsniveau gedurende de eerste 11 dagen. Geadviseerd wordt om vanaf dag 12 na de dekking tot dag 35 minstens 3 kg voer per dag te geven. Een te hoog voerniveau vóór dag 12 zou een averechts effect kunnen hebben. Na dag 35 moet de voergift plots, maar gefaseerd afgebouwd moeten worden. Langdurige, chronische stress in het begin van de dracht leidt ook tot verwerpen. Dat kan bijvoorbeeld komen door veel dieren in een relatief klein hok. Een kleine stabiele groep met een omvang tot twintig zeugen is het meest risicovol. In dergelijke groepen is vaak sprake van voerconcurrentie (trog- of vloervoedering). In grote variabele groepen is het risico op najaarsverwerpen kleiner, zeker als er een strobed gebruikt wordt.





Najaars- verwerpen voorkomen

Najaarsverwerpen is, zoals de naam al duidelijk maakt, een seizoensgebonden probleem. Ondanks dat het momenteel zomer is en de vruchtbaarheidsproblemen in het najaar voorkomen is het belangrijk om nu al actie te ondernemen. Najaarsverwerpen is iets dat op veel zeugenbedrijven wordt gezien. Het wordt gekenmerkt door het afzetten van vruchtjes door volkomen gezonde zeugen, die in het begin van hun dracht zitten (25 – 30 dagen na inseminatie). Wanneer die zeugen 4-5 weken later weer berig worden is de daaropvolgende dracht vaak probleemloos. Lees hier over het ontstaan van najaarsverwerpen en de maatregelen die u kunt nemen om het verwerpen te verkleinen.

Najaarsverwerpen ontstaat door de natuurlijke jaarcyclus van een zeug. Het uit zich door een verhoogd aantal terugkomers in de maanden september en oktober. Een zeug wil van nature niet in de winter werpen. De reden hiervoor is dat de overlevingskans voor zowel de zeug als de biggen in het wild in de winter lager is. Omdat een zeug bijna vier maanden drachtig is, resulteert dit in het feit dat de zeug niet bevrucht wil worden gedurende het einde van de zomer en begin van de herfst. Als er toch een bevruchting plaats vindt, is de kans op een miskraam ofwel het verwerpen van de vrucht groter. Ondanks jaren van genetische vooruitgang en domesticatie van het varken zijn de dieren nog altijd beïnvloedbaar door de seizoenen. Om deze invloed zo klein mogelijk te maken is het zaak om op tijd actie te ondernemen.

Het succes van de vruchtbaarheid van varkens is afhankelijk van veel factoren. Vooral het samenspel van hormonen, die worden geproduceerd in hersenen, eierstokken en vruchtjes in de baarmoeder, is complex en erg gevoelig. Belangrijke factoren die invloed hebben op dat samenspel zijn gezondheid, stress, conditieverlies in de zoogperiode, voerniveau na spenen en in de vroege dracht, drinkwatervoorziening, stalklimaat en lengte van het daglicht (seizoen). Ook het huisvestingssysteem, het voersysteem en de soort zeug zijn belangrijke factoren. Overige managementfactoren zijn het dekmanagement (berigheidscontrole, dektijdstip en spermakwaliteit) en het moment en de manier van verplaatsen van zeugen van dekstal naar wachtstal.

Een aantal maatregelen die u als ondernemer kan nemen om het seizoensgebonden verwerpen te verkleinen:

Licht in de stal:
Zeugen merken aan het korter worden van de dagen dat het najaar wordt en worden hierdoor minder vruchtbaar. Om dit te voorkomen is het belangrijk om een goed dag/nacht ritme in de stal aan te houden. Dit houdt in dat de lichten 16 uur per dag aan en 8 uur per dag uit staan. Zo merkt de zeug niet dat de dagen korter worden. Dat een strak lichtregime belangrijk is in de dekstal is voor de meeste ondernemers bekend, echter dat dit voor de kraamstal en de drachtstal ook belangrijk is, wordt vaak vergeten. In de kraamstal maken de dieren zich al klaar voor de volgende worp. Het korter worden van de dagen zal dit proces verstoren, hetgeen resulteert in een verminderde vruchtbaarheid. Dit uit zich door een verminderde berigheid in de dekstal en verminderde kwaliteit van de eicellen. Houd dus een strak lichtregime aan voor heel uw bedrijf.

Hittestress:
Naast het korter worden van de dagen heeft ook hittestress invloed op de vruchtbaarheid van de zeug. De verminderde voeropname en daarmee toename in conditieverlies zijn slecht voor de kwaliteit van de volgende worp. Hieronder worden een aantal tips gegeven om hittestress te voorkomen:

  • Controleer of er voldoende water beschikbaar is voor alle dieren. Richtlijnen voor nippelopbrengst zijn voor lacterende zeugen 2-4 L/min, voor biggen 0.5-1 L/min en voor vleesvarkens 0.7-1 L per min.
  • Pas de voergift aan. Bij hoge temperaturen zullen varkens minder eten en meer willen drinken. Probeer hierbij het voeren tijdens de warmste uren van de dag te vermijden.
  • Eventueel drie maal per dag voeren in de kraamstal.
  • Speen eventueel gelten en zeugen met teveel conditieverlies eerder.
  • Controleer uw klimaatinstellingen.
  • Controleer luchtinlaten, ventilators, filters, openingen voor afzuiging en ventilatieplafonds. Reinig deze voor een optimale werking. Houd daarnaast de luchtinlaat beschut van de zon.
  • Probeer de temperatuur in de stal niet te hoog te laten worden. Indien mogelijk koeling toepassen op de inkomende ventilatielucht. Controleer uw koelingssysteem regelmatig.
  • Zorg dat er veel frisse lucht bij de kop van de zeug komt. Bij plafondventilatie kan dat door bijvoorbeeld een buis in het plafond te maken boven de kop van de zeug.
  • Controleer uw alarmsysteem en noodaggregaat.
  • Neem extra hygiënemaatregelen.

Overige risicofactoren:
De voornoemde zaken zijn de belangrijkste oorzaken van najaarsverwerpen, maar een aantal omstandigheden op stal of in het bedrijf verhogen de kans op het probleem. Dat zijn de zogenaamde risicofactoren. Deze hebben vooral te maken met voer en stress.
Het is belangrijk om in de kraamstal het conditieverlies te beperken tot 4 mm spek of tot 10 procent van het lichaamsgewicht.
Verder leidt een laag voerniveau in het begin van de dracht tot lagere drachthormoonconcentraties en daardoor tot een verhoogde gevoeligheid voor opbreken. Als zeugen in het begin van de dracht niet individueel gevoerd kunnen worden, ontstaan er soms grote verschillen in voeropname wat eveneens ongunstig is. Na het dekken is een voerniveau gewenst van ongeveer 1,5 keer het onderhoudsniveau gedurende de eerste 11 dagen. Geadviseerd wordt om vanaf dag 12 na de dekking tot dag 35 minstens 3 kg voer per dag te geven. Een te hoog voerniveau vóór dag 12 zou een averechts effect kunnen hebben. Na dag 35 moet de voergift plots, maar gefaseerd afgebouwd moeten worden. Langdurige, chronische stress in het begin van de dracht leidt ook tot verwerpen. Dat kan bijvoorbeeld komen door veel dieren in een relatief klein hok. Een kleine stabiele groep met een omvang tot twintig zeugen is het meest risicovol. In dergelijke groepen is vaak sprake van voerconcurrentie (trog- of vloervoedering). In grote variabele groepen is het risico op najaarsverwerpen kleiner, zeker als er een strobed gebruikt wordt.










VGTZ
privacy statement - voorwaarden